De Cipier

Mijn vriendin wil niet meer eten. Nou ja, ze wil wel. Maar ze mag niet. De Cipier wil het niet hebben. Zo noemt ze de stem die haar vertelt dat ze moet krimpen. Dat de wereld beter af is met minder van haar erin. Een artistieke ziel met een bikkelhard turnverleden. Haar gestalte nam langzaam een vorm aan die ik alleen uit documentaires ken.  

Als we lopen door een druilerig Vondelpark – zelfde jas, zelfde tas, we zijn de tweelingfase nooit ontgroeid – hangt De Cipier tussen ons in. Koffie halen. De vrouw van het café geeft ons elk een madeleine. Mijn vriendin stopt hem in haar mond. Ik zie het. Zij ziet dat ik het zie. 

De dag dat we elkaar vonden, aten we een warme opbakcroissant uit een plastic bekertje. Zittend op de vieze vloer van de toneelschool. Met een klop in het hoofd van de nacht die pas een paar uur eerder was uitgedoofd. Een beetje droef en gelukzalig, zoals de katers toen nog waren. 

De spanning zat met haar altijd in het onverwachte. Hoe ze zich soms bijna verveeld door de wereld bewoog en plotseling lenig toonde als een kat. Een terloopse flicflac in de gang, alsof ze een pluisje van haar trui plukte. Vanuit een bedachtzame stilte ineens een iets te gemene grap.

We herkenden in elkaar onze eigen contrasten. De dubbelheid die niet iedereen in ons zag. De pijn achter het poppengezicht. De discipline en de bodemdrift. Scheppen maar ook stuk willen maken. Aantrekken en afstoten. De rafelrand van de pluche witte jas. 

‘Ik ga volgende week naar een diëtist,’ zegt ze, terwijl ze wolkjes blaast boven haar koffie. ‘Die gaat me helpen aankomen.’ Ik knik. ‘Dus ik heb precies een week om nog wat extra af te vallen.’ Ze lacht. 

Terwijl we verder lopen kauw ik op woorden die ik niet uitspreek. We doen dezelfde dingen, dragen dezelfde kleren, maar zij speelt een ander spel en ik ken de regels niet. De harde grappen die alleen zij nog kan maken. De dubbelheid in haar, die ik liefheb, maar ook wantrouw. De Cipier die na het perfect geplande koekje wacht. 

Dus wandelen we maar zo’n beetje verder. Op het slappe koord tussen zachte heelmeesters en trouwe bondgenoten. Boven de afgrond die zij zelf aan het graven is. Naast elkaar, koffie in de hand, gewoon de ene voet voor de andere. Fantaserend over een tijd dat de croissants weer warm zijn en alles weer mag. 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.